Flora en fauna onderzoek is geen enkel onderzoek, maar een reeks stappen die op elkaar volgen. Welke stap u nodig heeft, hangt af van wat de vorige heeft uitgewezen. Wie dat onderscheid kent, plant realistischer en loopt minder vaak vast op een seizoen dat net voorbij is.
Hieronder staan de stappen op volgorde: wat elke stap inhoudt, wanneer hij aan de orde is en hoeveel tijd hij kost. Plus wat er gebeurt als er daadwerkelijk een beschermde soort blijkt te zitten, want dat is de vraag die het meeste onrust geeft.
Stap 1: de quickscan
Vrijwel elk traject begint met een quickscan. Een ecoloog beoordeelt op basis van bestaande data en meestal een veldbezoek of beschermde soorten op uw locatie aanwezig kunnen zijn. Het resultaat is geen soortenlijst, maar een risico-inschatting per soortgroep met een concreet advies.
De quickscan kan het hele jaar door. Voor veel projecten is dit ook meteen het eindpunt: er blijkt geen reëel risico, en het rapport is de onderbouwing waarmee u uw vergunning rond krijgt. Wat het onderzoek precies inhoudt en welke variant bij u past, staat in quickscan flora en fauna.
Stap 2: soortgericht onderzoek
Kan de ecoloog de aanwezigheid van een soort niet uitsluiten, dan volgt soortgericht onderzoek. Dit is het onderdeel dat de meeste tijd kost, want het gebeurt volgens vaste protocollen die voorschrijven hoe vaak, in welke periode en onder welke omstandigheden er geteld moet worden.
Wat dat concreet betekent, verschilt sterk per soort. Vleermuizen vragen meerdere avond- en ochtendrondes verspreid over het seizoen, huismus en gierzwaluw worden in verschillende delen van het broedseizoen geteld, en marterachtigen vragen vaak cameravallen die weken achtereen blijven staan. De periodes per soort staan uitgewerkt in beschermde soorten in en om gebouwen.
Belangrijk: dit onderzoek is er niet om aan te tonen dat een soort aanwezig is. Het is er om vast te stellen wat het gebouw of terrein voor die soort betekent. Een vleermuis die eenmalig langsvliegt is iets anders dan een kraamkolonie in de spouw, en dat verschil bepaalt alles wat erna komt.
Stap 3: vergunning en maatregelen
Wordt er daadwerkelijk een beschermde soort aangetroffen, dan betekent dat niet dat uw plan van tafel is. Dat is het misverstand dat de meeste opdrachtgevers het meeste stress oplevert. Wel moet u aantonen dat u zorgvuldig te werk gaat.
In de regel vraagt u een vergunning aan voor de flora- en fauna-activiteit, meestal bij de provincie. Daarbij hoort een activiteitenplan waarin staat welke soorten aanwezig zijn en welke maatregelen u treft. Het bevoegd gezag beoordeelt die aanvraag, en de doorlooptijd daarvan telt u bij uw planning op.
Wel eerlijk: het gaat niet altijd zonder gevolgen. Soms betekent het dat u uw plan aanpast, dat u een deel van de gevel met rust laat, of dat u een jaar wacht tot het onderzoek rond is. Dat is vervelend, maar aanzienlijk goedkoper dan een bouw die halverwege wordt stilgelegd.
Mitigatie en compensatie
De maatregelen vallen in twee categorieën, en het verschil is de moeite waard om te kennen.
Mitigatie voorkomt of beperkt de schade. Denk aan alternatieve verblijfplaatsen zoals ingebouwde vleermuiskasten of neststenen, aan het werken buiten de kwetsbare periode, en aan een ecoloog die tijdens de uitvoering meekijkt.
Compensatie vervangt wat toch verloren gaat, elders of in nieuwe vorm. Dat is de zwaardere route, en het bevoegd gezag verwacht dat u die pas inzet als mitigeren echt niet kan.
In de praktijk zijn de meeste maatregelen verrassend praktisch: een paar neststenen in het nieuwe metselwerk, een open stootvoeg die openblijft, een werkvolgorde die rekening houdt met het seizoen.
Wat bepaalt de doorlooptijd?
Drie dingen, in deze volgorde van belang.
Het seizoen. Verreweg de grootste factor. Een quickscan in oktober die uitwijst dat vleermuisonderzoek nodig is, betekent dat u tot het voorjaar wacht. Datzelfde onderzoek in februari aangevraagd, kan vaak nog datzelfde jaar afgerond worden.
De soort. Het ene protocol vraagt twee rondes, het andere zes, verspreid over verschillende periodes van het jaar.
De vergunningprocedure. Die loopt bij het bevoegd gezag en die termijn heeft u niet in de hand.
De praktische conclusie is steeds dezelfde: plan de quickscan vroeg. Niet omdat het onderzoek zelf lang duurt, maar omdat u de ruimte wilt hebben om te reageren op wat eruit komt. Hoe lang uw rapport daarna geldig blijft, leest u in hoe lang is een quickscan flora en fauna geldig.
Welke stap heeft u nodig?
In de meeste gevallen is dat de eerste, en blijft het daarbij. Begin daarom niet met het duurste onderzoek uit voorzorg, maar met de scan die uitwijst wat u werkelijk nodig heeft.
Ligt uw project in of nabij een beschermd natuurgebied, dan loopt er naast het soortenspoor nog een tweede toets mee. Wanneer dat speelt, staat in natuurtoets. Alle vormen van onderzoek die wij uitvoeren vindt u op de pagina diensten.
Wij werken in heel Limburg en begeleiden het hele traject: van de eerste scan tot de vergunning en de ecologische begeleiding tijdens de uitvoering. Eén aanspreekpunt, dus u hoeft niet bij elke stap opnieuw uit te leggen wat er speelt.
Wilt u weten welke stap bij uw project hoort? U bereikt ons op 077 369 01 99 en via contact. Reactie binnen één werkdag.