Wie een oud huis bewoont, deelt het vaker met dieren dan hij denkt. Vleermuizen hangen in de spouw, huismussen zitten onder de pannen en gierzwaluwen schieten een gat in de daklijst in. U merkt er niets van, tot het moment dat u aan dat dak of die gevel gaat werken.
Dat is precies waarom deze drie soorten de meeste bouwprojecten in Limburg raken. Hieronder staat waar ze zitten, welke werkzaamheden hen in het geding brengen, hoe het onderzoek verloopt en wat er gebeurt als ze er inderdaad blijken te wonen.
Waarom juist gebouwen?
Voor vleermuizen zijn gebouwen de vervanging van holle bomen. Oude bomen met scheuren en spechtengaten zijn schaars geworden, en een spouwmuur biedt precies wat zij zoeken: een smalle, donkere, droge ruimte met een constante temperatuur.
Voor huismus en gierzwaluw geldt hetzelfde principe. Beide broedden oorspronkelijk in rotsen en holtes; het moderne dak is daar de stedelijke variant van. Dat verklaart ook waarom nieuwbouw en strak gerenoveerde panden zoveel minder soorten herbergen: er zit domweg geen kier meer in.
Waar zitten ze precies?
Vleermuizen kruipen in nauwe, beschutte ruimtes:
- de spouwmuur, via open stootvoegen of een kier bij het kozijn
- onder dakpannen, tussen pan en dakbeschot
- achter betimmering, boeiboorden en gevelbekleding
- achter daklijsten en windveren
Eén opening van een paar centimeter is genoeg. Een pand kan dus jarenlang een belangrijke functie hebben zonder dat de eigenaar het ooit heeft geweten. Bovendien gebruiken vleermuizen hetzelfde gebouw voor verschillende doelen door het jaar heen: als kraamverblijf in de zomer, als paarverblijf in het najaar en soms als winterverblijf.
De huismus zoekt beschutte holtes in dak en gevel, vooral onder de pannen bij de dakrand. De gierzwaluw gebruikt hoge, moeilijk bereikbare openingen onder daklijsten en in dakranden. Beide broeden vaak in kleine kolonies, waardoor één gebouw meerdere nestplaatsen kan herbergen.
Jaarrond beschermd, en wat dat betekent
Voor de meeste vogels geldt dat het nest beschermd is zolang het in gebruik is, dus tijdens het broedseizoen. Voor een beperkte groep ligt dat anders: hun nestplaats is het hele jaar door beschermd. Huismus en gierzwaluw horen tot die groep.
De reden is simpel. Deze vogels keren ieder jaar terug naar precies dezelfde plek, en die plek is voor hen schaars en moeilijk te vervangen. Wie de opening in de winter dichtmaakt, ontneemt de vogel het volgende voorjaar zijn vaste nest.
Praktisch betekent dit dat het niet uitmaakt of u binnen of buiten het broedseizoen werkt. De bescherming loopt door. Voor vleermuizen geldt hetzelfde: hun verblijfplaats is beschermd, ook als er op dat moment geen dier in zit.
Welke werkzaamheden geven risico?
Juist de ingrepen die de verborgen ruimtes veranderen of afsluiten:
- Na-isolatie van de spouwmuur. Het volspuiten van de spouw kan aanwezige dieren insluiten. Dit is de meest risicovolle ingreep die er is.
- Dakrenovatie. Vervangen van pannen, dakbeschot of isolatie neemt verblijf- en nestplaatsen weg.
- Gevelwerk en gevelisolatie. Nieuwe bekleding sluit toegangen af, ook als u er niets aan meent te veranderen.
- Sloop. Verblijf- en nestplaatsen verdwijnen definitief.
Twijfelt u of uw plannen hieronder vallen, dan geeft quickscan flora en fauna het volledige overzicht van werkzaamheden waarbij onderzoek doorgaans aan de orde is.
Hoe verloopt het onderzoek?
De eerste stap is altijd de quickscan. Een ecoloog beoordeelt of uw pand geschikt is als verblijf- of nestplaats. Vaak eindigt het daar, want lang niet elk gebouw is geschikt.
Zijn er wel aanwijzingen, dan volgt soortgericht onderzoek. Dat gebeurt volgens vaste protocollen die voorschrijven wanneer en hoe vaak er geteld wordt, en daar zit meteen de crux voor uw planning:
- Vleermuisonderzoek vraagt meerdere avond- en ochtendrondes, verspreid over het voorjaar en de nazomer. De ecoloog kijkt wanneer de dieren uitvliegen en weer naar binnen gaan, want dan verraadt het gebouw zijn functie. Een volledig onderzoek loopt daardoor al snel over meerdere maanden.
- Huismus wordt geteld in het vroege voorjaar, wanneer de vogels hun territorium bezetten.
- Gierzwaluw wordt later geteld, in de hoogzomer, omdat die soort pas laat terugkeert uit Afrika.
De protocollen zijn niet vrijblijvend. Wijkt u ervan af, dan accepteert het bevoegd gezag de conclusie doorgaans niet en staat u alsnog stil. De volledige reeks stappen na de quickscan staat in flora en fauna onderzoek.
Wat als ze er inderdaad zitten?
Dan gaat uw plan meestal gewoon door, maar wel op een andere manier. In de regel is een vergunning nodig voor de flora- en fauna-activiteit, en treft u maatregelen om de dieren te ontzien.
Denk aan ingebouwde vleermuiskasten of neststenen in de nieuwe gevel, aan het openhouden van een deel van de spouw, aan werken buiten de kwetsbare periode, en aan begeleiding door een ecoloog tijdens de uitvoering. Een goed ingepaste voorziening kost bij nieuwbouw of renovatie weinig, zeker vergeleken met een project dat halverwege wordt stilgelegd.
Wij werken in heel Limburg, van Maastricht en Heerlen tot Roermond, Venlo, Sittard, Weert en Venray. Wilt u weten of uw verbouwing of sloop deze soorten raakt? Bel 077 369 01 99 of stuur uw plannen via contact. Hoe eerder u belt, hoe groter de kans dat we het onderzoek nog dit seizoen kunnen inplannen.